Kastenjacht: haat en liefde

Ik maak van de taalverwarring maar even gebruik door eens een stukje in het Nederlands te schrijven. Aan de uitkomst van de poll tot dusverre te zien, stoot ik daarmee geen mens voor het hoofd.

Nu mijn wandjes vanmorgen glad gestucadoord zijn en moeten drogen voor we ze kunnen schilderen, besloten we saampjes op kastenjacht te gaan. Marktplaats levert op zich mooie resultaten op, maar die bevinden zich – en ik doe het er écht niet om!!! – allemaal meer dan 150km van huis. Ahem. Konden we dan in onze nieuwe woonplaats écht niets vinden?

Dat viel te bezien en vol goede moed reden we – en o ja, ook vol verwachting – naar de plaatselijke Kringloopwinkel. In Oss waren we verwend met een bijzonder goed georganiseerde en immer opgeruimde Kringloopwinkel. Maar al in het voorbijrijden bij onze nieuwe plaatselijke Kringloopwinkel, zagen we dat dit andere koek was. De zooi – want kringloopspullen op elkaar gemikt tot gevaarlijke bergen zijn niet anders te omschrijven dan ‘zooi’ – was tot meer dan 2,5 meter opgestapeld en sommige spullen stroomden daar als in een waterval langzaam vanaf en hingen halverwege nog nét te bungelen op de helling. Nergens tegenaan stoten was er niet bij. Waren we misschien in het magazijn aanbeland? Nee. Dit was nou écht de winkel. Achterin was een ruimte met grote meubelen. Tsjakka! Een mooie, lichte tafel voor in het atelier. Voor de cursisten. Supermooi. Supergoedkoop. Dat ging ‘m worden. Dacht ik. Even terug langs de bergen zooi schuren om manlief op te sporen tussen de meer dan manshoge hopen en bingo! Een kast. Schattig oud eiken met houtsnijwerk, glazen deurtjes en planken. Ook goedkoop en compleet met sleutels.

Maar juist toen ik manlief naar me toe had gelonkt, werd ik ineens vanachter aangesproken door een boze mevrouw. Ik kon mijn tas in een kluis vóórin de winkel leggen. Huh? Tas? ‘Ik heb geen tas, dank u,’ prevelde ik enigszins geschrokken van de venijnige toon. ‘U heeft toch een tas om uw schouder? Nou, die moet in de kluis! Voorin. D’r staat een bord!’ Een verontwaardigde frons moest haar boodschap kracht bijzetten. Manlief zijn opgetrokken wenkbrauwen vroegen wat er in godsnaam loos was. Wij begrepen duidelijk iets niet. ‘Maar dat is mijn handtas,’ zei ik, ‘met mijn waardevolle spullen erin. Die ga ik niet in een onbewaakte kluis leggen.’ Nog bozer ging ze verder: ‘Die spullen van u pak ík toch niet! Die tas moet in de kluis!’ Ik stond haar echt aan te kijken alsof ik water zag branden. In bibliotheken, okee. In leeszalen met waardevolle manuscripten, okee, ben ik gewend. In sommige musea. Okee. In antiekzaken met kleinspul. Ook goed. Maar in deze ravage mijn tas aan een kastje met een slotje buiten mijn blikveld toevertrouwen? ‘Nou, dan legt u ‘m toch in de auto!’ drong het bozige mens aan. Ik mocht met mijn tas om niet eens meer een paar stappen naar de tafel lopen om aan mijn man te laten zien. En toen knapte er iets. Ze bekeek het maar met haar liefdadigheidskringloopgebergte. Manlief en ik pakten elkaar bij de hand. Wij gingen wel weg. En hoewel ik een verstokt liefhebber van Kringloop en tweedehands ben, ga ik er niet meer heen.

Triest dat er bij zo’n organisatie die wordt gerund door vrijwilligers en mensen met beperkingen wel vaker een regime heerst dat soms de indruk wekt dat hoe moeilijker mensen het in de maatschappij hebben om zichzelf staande te houden, hoe moeilijker ze het andere mensen willen lijken te maken. Alsof ze willen zeggen: redelijk of niet, maar hier heb IK het voor het zeggen. In de Kringloopwereld heb ik het vaker gezien.

Dan maar naar een commerciële organisatie. Een Kringloopwinkel voor antiek met iets hogere prijzen, maar dan wel zonder bergen, hopen en instortingsgevaar. En daar werd ik – hopeloos onbedoeld, zoals dat nu eenmaal gaat – verliefd. Op een buro. Ik heb helemaal geen buro nodig. Ik zocht een tafel. En een kast. Maar dat buro. Dat was ‘m! Dat IS ‘m! Want als ik dan ehrm…..zo, of ehrm….misschien zó….enne dan kan ik ehrm…… Toch? Ik bedoel, ‘t Is nu eenmaal een heel geweldig buro. En alsof hij aan de buitenkant nog niet geweldig genoeg was, aan de binnenkant bleek hij voorzien van een inrichting die alleen in antieke tijden kon zijn gemaakt. Uitschuifbare planken, geweldige houten vakverdelingen, archiefpapiervakken…wérkelijk een superding! Maar manlief – mijn geweten begon natuurlijk bezwaren op te voeren. De één na de ander. Maar hoeveel gelijk hij ook heeft, ik ben tot over mijn oren verliefd. Zó verschrikkelijk verliefd dat ik welhaast vind dat mijn cursisten maar lekker thuis moeten blijven en dan ik ze dan wel gewoon via de webcam les geef. Dat was ik trouwens toch al deels van plan…hehe.

En alsof de duvel ermee speelt…een eindje verder staat een prachtig art deco kastje in dezelfde stijl. Niet zo groot als ik eigenlijk wilde, maar met alle bergruimte in het buro hóeft dat ook niet. Een kastje waar natuurlijk vanalles niet aan klopt, maar zó’n schatje! Zucht…..

Dus, nu wordt het tijd dat ik eens echt diep ga nadenken en knopen ga hakken. De online cursussen zitten hoe dan ook in de pen. Maar ga ik in mijn eigen atelier lesgeven? Of ga ik lekker op verschillende locaties aan het werk met grotere groepen? Eén op één lesgeven gaat aan mijn buro nog steeds lukken. Ik verklap nog niet waarom. Dat laat ik wel zien als hij hier staat (whoops, heb ik al besloten? ik geloof ‘t stiekem wél!)…

Tralala, het regent, maar nu mijn atelier al zo ver af is, zingen de donderwolken eindelijk mijn hoofd ui…

Advertisements